De Vloek van Nagele

In de jaren 2012 en 2013 bezocht journaliste Eva van der Veen de ene na de andere provincie van Nederland, op zoek naar een legende of volksverhaal, typerend voor juist díe provincie. De verhalen verschenen nummer na nummer in het blad ‘Onkruid: autonoom, spiritueel en groen’. Eva bezocht ook Corine en mij te Lelystad, kort na de zomervakantie van 2012, en ik vertelde haar de Flevolandse legende die bekend staat als “De Vloek van Nagele”. Ik zat in de tuin, vlakbij het grote, roestige anker dat ik eens van Corine voor mijn verjaardag had gekregen. Gevonden in Nagele? Wie weet...

De legende verscheen in een leuke, kleurige opmaak in Onkruid nr. 210 van november 2012. Hier volgt een herziene tekst.

 Tom Zuiderzee en omgeving

Vóór de aanleg van de Afsluitdijk waren er vele vissersdorpen en -stadjes rond de Zuiderzee. Veel vissers verdienden er een goede boterham. Dat ging al eeuwen zo. Zodra de plannen voor die dijk vorm kregen, werd er dan ook overal hevig geprotesteerd. Hij kwam er toch, de visvangsten liepen heel sterk terug, en veel vissersgezinnen raakten financieel aan lager wal.

    Voorheen zat er in de Zuiderzee dus heel veel vis; in vele soorten. Toch was er één plek waar vissers hun zonen voor waarschuwden. ‘Daar moet je nooit je netten uitgooien!’ Deed je het toch dan was de kans groot dat je net verstrikt raakte in oeroude stukken muur, of overblijfselen van een kerk. En ja, als je een brokstuk van een grafzerk in je net ophees, dan stond je iets heel ergs te wachten…

De plek deugde niet, en als visser kon je er maar beter in een grote bocht omheen zeilen.

    Die ondiepte stond op de latere waterkaarten van de Zuiderzee aangegeven als ‘De Nagel’, even ten noordoosten van Urk. Daar heeft heel lang geleden een eilandje met een vissersdorp erop gelegen, Nagele. De Nageler vissers waren harde werkers met sterke boten. Hun vrouwen weefden heel goede netten. Ja, de inwoners van Nagele waren rijk geworden met hun visserij. Ze hielden er ook van om de bloemetjes flink buiten te zetten, niet op hun eigen eiland, maar op Schokland!

 Daar bezochten ze dan een herberg die goed voorzien was van allerlei sterke drank. Ze lieten er hun geld dan rollen, ook om de Urker en Schoklander vissers de ogen uit te steken. Nu waren de Schoklanders zelf fatsoenlijke, gelovige kerkmensen, zowel katholieken als protestanten, en ze voelden zich niet goed thuis bij die ruwe opscheppers uit Nagele.

 Tom Botter

    Op een keer kregen in die herberg twee stevige drinkers uit Nagele onderling hevig ruzie. Ze begonnen met elkaar te vechten, en het ging er rauw aan toe. De andere stamgasten deinsden achteruit om te kijken hoe dat zou aflopen. Opeens trokken de twee ruziemakers allebei hun mes. Op dat moment rende de herbergier naar buiten om de priester te waarschuwen. De priester trok snel zijn soutane aan en stormde met een kruisbeeld aan een kettinkje in de hand de gelagkamer binnen. De vissers waren nog steeds hevig in gevecht; schreeuwend stompend en met opgeheven messen. De priester stortte zich naar voren en probeerde de twee vechtersbazen van elkaar te scheiden. ‘Bemoei je er niet mee, pater!’, schreeuwde één van hen, en hij hief dreigend zijn mes.

TOm Kruis copy

 

Daar zonk het mes al in de borst van de priester, die rochelend in elkaar zakte. Maar vóór hij zijn laatste adem uitblies riep hij uit: ‘Vervloekt zij Nagele, en vervloekt zijn jullie, rabauwen die zich niet om God en gebod bekreunen! Jullie eiland zal door de zee verzwolgen worden en men zal nooit meer van jullie horen!

    Iedereen ging naar huis met zijn eigen gedachten. De Nagelers voeren terug naar hun eiland. Een paar dagen later werd de priester begraven op de noordpunt van Schokland.

 Dit was het einde van Nagele. In de maanden en jaren na de stormramp werd het eiland met het dorp langzaam door de zee afgebroken, tot je er nauwelijks nog iets van zag. Behalve dan bij laag water en een harde, oostelijke wind. Dan kon je nog wat stompe muren  van de kerk overeind zien staan. En soms, tijdens een storm in het najaar, konden langsvarende vissers de noodklok van Nagele horen luiden.

NASCHRIFT

Het eiland Nagele verdween waarschijnlijk op 2 februari 1307, tijdens een zware stormvloed. Zie Van Hezel en Pol (2005).

Opm. TD: het nieuwe dorp Nagele dat op de tekentafel werd ontworpen en dat in de Noordoost Polder verrees, ligt niet op de plek van het oude vissersdorp, maar zo’n zeven kilometer ten zuidoosten daarvan.  Zó lang kan bijgelovigheid dus doorwerken...

Geraadpleegde bronnen

Hezel, Gerrit van, en Aaldert Pol (2005) De Flevolandse geschiedenis in meer dan 100 verhalen. Amsterdam: Van Gennep. ISBN 90-5515-653-1. Verhaal nr 15 heet: De Ondergang van Nagele (1307). De auteurs schrijven dat de het dorp Nagele nog in 1245 op de kapellenlijst van het Odulfusklooster staat. Hun verhaal is gebaseerd op S. Franke in zijn Sagen en legenden rond de Zuiderzee.

Hoekstra, Wiebe (1996) Der vaderen werk. Leven met en strijd tegen het water. Lelystad: Drukkerij Belser en Nieuw Land Poldermuseum. ISBN 90-9009705-8. Hoekstra vat in fragmenten op blz. 9 en 16 de legende kort samen onder de titel  ‘De kerkklokken van Nagele’. Op blz. 9 ook een afbeelding in kleur van de traditionele klederdracht  op Schokland.

Selles, Aalt (1996) Vertelsels rond de IJsselmond.  Met illustraties van Jan Radersma. Zaltbommel: Europese Bibliotheek. ISBN 90-288-6335-4.

Veen, Eva van der (2012) Flevoland. Een vissersdorp verdwijnt in zee.: De vloek van Nagele. Onkruid nr 210, november 2012, blz. 72-75.

Weijs, Frederick J. (2002) Scheepvaart—het houten schip. Boek in de serie SPOREN VAN EEN AMBACHT. Lisse: Zuid Boekproducties B.V. Geb., 240 blz, groot formaat. ISBN 90-548-1028-5. De gebruikte illustratie staat op blz. 189.

 

Evenement aanmelden?

Organiseer je een evenement in het kader van Wereldverteldag? Zorg dat de bezoekers van deze website je kunnen vinden en meld je evenement aan!

Ga naar het aanmeldformulier